Premier Pedro Sánchez zei in zijn eerste tv-interview na de corona-crisis dat de verhoging van belastingen ‘inevitable’ ofwel onvermijdelijk is. Sánchez noemt met name een verhoging van de inkomstenbelasting (IRPF) voor de grootverdieners (rentas altas), een verhoging van de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven en een verhoging van onder meer speciale en milieubelastingen.

Dat alles noemt de Spaanse premier een ‘fiscale rechtvaardigheid’ (justicia fiscal) waarbij de personen en bedrijven die meer verdienen ook meer moeten gaan betalen. Het is ook een antwoord op de Centrale Spaanse Bank die al eerder aangaf dat de kas van de Spaanse belastingdienst gevuld moet worden om de hoge kosten te kunnen betalen en om te voorkomen dat de staatsschuld boven de 110% van het bbp (PIB) komt.

In principe is in een regeerakkoord tussen de PSOE-partij van Sánchez en Unidas-Podemos om de eerste coalitieregering van Spanje te vormen opgenomen dat de rijkeren meer zouden gaan betalen maar premier Sánchez wil daar niet helemaal aan voldoen. Wel wil Sánchez een fiscale hervorming gaan doorvoeren met een fiscale rechtvaardigheid in een verzorgingsstaat.

In het regeerakkoord tussen Unidas-Podemos en de PSOE staat onder andere een minimumtarief van 15% voor grote bedrijven, 18% voor banken en oliemaatschappijen en een belasting van 5% op bedrijfsdividenden. Daarnaast moet de druk op de hoge inkomens verhoogd worden door 1% meer belasting te vragen voor de belastingbetalers die meer dan 10 miljoen verdienen. Verder moeten de prijzen voor benzine en diesel gelijk getrokken worden en moet er een nieuwe wet komen voor de bestrijding van fraude. 

Op de vraag of ook de normale btw (IVA) verhoogd gaat worden wilde Sánchez geen antwoord geven of eigenlijk ontweek hij deze vraag. Een eventuele btw-verhoging zou dan gelden voor veel producten die nu een verlaagd en super verlaagd tarief hebben.

Bron: www.spanjevandaag.com